Werkgroeponderwijs, propedeusestudenten Geschiedenis, Universiteit Leiden
Najaar 2014

Artikel over bezoek aan het Rijksmuseum met mijn studenten:

Studenten werkgroep Vaderlandse Geschiedenis historisch-gastconservator-voor-één-dag

Welke verhalen uit de Nederlandse geschiedenis krijgt een bezoeker voorgeschoteld in het vernieuwde Rijksmuseum? Hoe worden die verhalen verteld? Is geschiedenis in het Rijksmuseum slechts een hulpwetenschap voor de kunst of is het museum een volwaardig nationaal historisch museum?

Als afsluiter van het eerstejaars vak Vaderlandse Geschiedenis bezocht een groep studenten eind januari met deze en andere onderzoeksvragen het Rijksmuseum. Onder leiding van werkgroepdocent Eveline van Rijswijk, tevens als freelance historica werkzaam bij het Rijksmuseum, waren de studenten historisch-gastconservator-voor-één-dag.

Niet alles past op een tekstbordje

De studenten voerden eerst allerlei opdrachten uit in de zalen waar de geschiedenis van Nederland (zeventiende, achttiende en negentiende eeuw) een centrale rol speelt. Vervolgens schreven ze een rapport over één van de drie zalen in het Rijksmuseum die specifiek over de koloniale geschiedenis gaan. Ze leverden kritiek op de opstelling en de begeleidende teksten en vervolgens mochten ze aan de hand van de online collectie suggesties geven welke andere objecten ze gekozen zouden hebben.

Vervolgens werd er gezamenlijk gediscussieerd over het historische gehalte van het Rijksmuseum. De studenten waren over het algemeen tevreden over de hoeveelheid aandacht voor de Nederlandse geschiedenis in het museum. Ze constateerden wel dat het museum – als gevolg van de collectie – vooral aandacht besteedt aan de militaire successen en de geschiedenis van “grote mannen”. Ondanks dat ze het jammer vinden dat het museum geen gebalanceerd verhaal over de Nederlandse geschiedenis vertelt, zouden de studenten het Rijksmuseum niet adviseren om vanaf nu te proberen alle thematische gaten in de collectie aan te vullen: “Daar is geen beginnen aan”.

De studenten zouden liever zien dat het museum meer tekst en uitleg geeft bij de veranderde opvattingen door de eeuwen heen. De discussies die historici graag voeren over de geschiedenis zijn daarentegen misschien niet helemaal op hun plek in het museum: “Dat past toch ook niet op zo’n klein tekstbordje”, luidde de praktische aanvulling van één van de studenten.

Vaderlandse relieken

Als afsluiting van het bezoek aan het Rijksmuseum bezochten de studenten de zaal met een bonte verzameling aan (al dan niet echte) vaderlandse relieken; voorwerpen die iets te maken hebben met bijzondere vaderlanders, zoals de armstoel uit de gevangenis van Johan van Oldenbarnevelt of de schoenen van de geëxecuteerde freule Judith van Dorth tot Holthuysen.

In deze zaal kozen studenten hun favoriete reliek. Heldendom bleek niet het belangrijkste criterium: de meeste stemmen kreeg namelijk het pistool waarmee Willem Frederik, stadhouder van Friesland en later ook Groningen en Drenthe, zich in 1664 dodelijk verwondde. Bij het inspecteren van het wapen ging het per ongeluk af, waardoor Willem Frederik in het gezicht geraakt werd en overleed.

Bij de drie voorwerpen die eindigden op een gedeelde tweede plaats is er wel sprake van ouderwets heldendom: het harnas waarin Piet Heyn stierf, voorwerpen gemaakt van de overblijfselen van de kanonneerboot van Van Speyk (zoals een notenkraker) en – zoals verwacht mag worden van Leidse studenten – het zwaard van de opofferingsgezinde burgemeester Van der Werff.

Nieuwsgierig naar deze relieken? Zie het pistool en de bijbehorende kogel.
De andere vaderlandse relieken vind je hier.